Molen van Doren
De Molen van Doren. Het complex bestaat uit een verzameling van verschillende gebouwen uit de 16e, 17e, 18e, 19e en 20e eeuw. De oudste vermeldingen gaan terug tot de 12e eeuw. Eeuwenlang diende ze als ambachtelijke molen, sinds de 20e eeuw dient ze om electriciteit op te wekken.

Het gebied Wijgmaalbroek ligt op de linkeroever van de Dijle en strekt zich uit vanaf de dorpskern van Wijgmaal tot de Molen van Doren te Rotselaar. De belangrijkste troeven zijn het aantrekkelijke valleilandschap waar de rivier op natuurlijke wijze doorheen kronkelt en de aantrekkelijke open ruimte in het dicht bebouwde gebied in de omgeving van Leuven.


Het Wijgmaalbroek dankt zijn natuurwaarden vooral aan de Dijle. De bodemgesteldheid van het Wijgmaalbroek wordt vooral bepaald door de lemige alluviale afzettingen van de Dijle. Aan de valleirand komt er op enkele plaatsen kwelwater omhoog. Het gebied wordt afgewaterd via de Leibeek, die noordelijk ter hoogte van Boortmeerbeek in de Dijle uitmondt.


En ook het historische landgebruik door de mens zorgde voor een grote planten- en dierenrijkdom. De inwoners van het dorp lieten hier hun vee grazen in de gemeenschappelijke weidegronden van het natuurlijke overstromingsgebied. Daarnaast lieten ze enkele bosjes staan voor brandhout en geriefhout. Het eeuwenlange kleinschalige landbeheer zorgde voor een gevarieerd bocagelandschap met hakhoutbosjes en weilanden met een dicht netwerk van houtkanten van sleedoorn, zwarte es, els, wilg en eik.



Huidig landgebruik in het Broek

Knolsteenbreek

Door de ontwatering van de vallei door de Leibeek en de toename van bemesting is de soortenrijkdom van de meeste graslanden sterk gedaald. Veel waardevolle houtkanten werden verwijderd en poelen werden gedempt of verlandden door gebrek aan beheer. De hakhoutbosjes werden beplant met populier waardoor de typische, waardevolle voorjaarsflora achteruit is gegaan. Ook voormalige akkers en weilanden werden omgezet tot populierenbossen. Deze geven het gebied een geslotener uitzicht. Ondertussen zijn deze populierenbossen op respectabele leeftijd gekomen, is er een mooi ontwikkelde struiklaag met verjonging door wilgen en elzen, en herbergen ze tal van natuurwaarden. Natuurpunt kant zich wel tegen de recent aangeplante "populierenakkers", die minder ruimte overlaten voor de extensief beheerde weiden en hooilanden en het kleinschalige landschap dat wij beogen.


Om de natuurrijkdom van het Wijgmaalbroek te behouden, bouwt Natuurpunt hier sinds 1993 een natuurgebied uit. Het gebied vormt een schakel van het Europese Natura2000-netwerk (als habitatrichtlijngebied) voor de instandhouding en het herstel van matig voedselrijke hooilanden en alluviale broekbossen. De Vlaamse regering erkende het reservaat officieel in 2001 en selecteerde in 2003 het grootste deel van de vallei als onderdeel van het Vlaams ecologisch netwerk. Natuurpunt beheert de aangekochte gebieden op een traditionele manier zodat de vroegere soortenrijkdom zich kan herstellen. Dankzij het herstel van houtkanten en poelen, hopen we geschikte biotopen te krijgen voor diverse soorten vogels, amfibieën en dagvlinders. We zoeken ook naar mogelijkheden om samen te werken met plaatselijke landbouwers en jagers.


Een rijke natuur…

De Dijle is hier nog steeds een natuurlijk meanderende rivier. De waterkwaliteit verbeterde de laatste jaren sterk waardoor vissen zoals bittervoorn, grondel en winde er terug rondzwemmen. De steile natuurlijke dijleoevers vormen een ideale nestplaats voor de Ijsvogel. In dit waterrijke gebied vinden we talrijke sloten en nog enkele poelen met amfibieën zoals groene kikker, gewone pad en alpenwatersalamander. In de natte ruigten broeden vogels zoals Sprinkhaanzanger en Bosrietzanger. De afwisseling tussen de hoger gelegen oeverwal en de lager gelegen komgronden geeft een grote variatie aan planten.



De grote poel in het noorden die de voortplantingspoel van de Kamsalamanderpopulatie is.

Op vochtige plekken komen hooilanden voor met Holpijp, Bosbies, Moeraszegge, Knolsteenbreek, Pinksterbloem en Moeraswalstro. Op de oeverwal zijn de hooilanden droog, met Knoopkruid, Sint-Janskruid, Wilde bertram, Kleine bevernel en opvallend veel Wilde margriet. Typisch voor het gebied zijn de vele restanten van houtkanten met Sleedoorn, Meidoorn, Olm en Zwarte els. Hiervan profiteren talrijke broedvogels zoals Grasmus, Kneu, Spotvogel en Torenvalk en dagvlinders zoals de merkwaardige sleedoornpage. Ook zoogdieren zoals bunzing, haas en dwergmuis komen in dit gevarieerde gebied aan hun trekken.



Enkele waardevolle oude loofbosjes vind je al terug op historische kaarten van Ferraris (1770). Deze bosjes kennen dan ook een rijke plantengroei met soorten zoals rode kornoelje, wilde aalbes, Bosanemoon, Slanke sleutelbloem, Gevlekte aronskelk en Wilde narcis. In bosjes met een rijke maar niet al te ruige ondergroei woelt de Nachtegaal zich thuis. De Zomertortel profiteert van een kleinschalige landschap, met bosjes, houtkanten, hooilanden en kleine akkers, waar in het Wijgmaalbroek nog veel groeikansen zijn. Beide vogels worden aangetroffen in het Broek en de aangrenzende gebieden.

Raaigras-beemdgrasweiden

Een groot deel van de graslanden zijn tamelijk tot intensief in landbouwgebruik. Naast het algemeen voorkomen van Engels raaigras, Ruw beemdgras en gestreepte witbol vinden we ook Veldzuring, Witte klaver, Kruipende boterbloem, Scherpe boterbloem en Gewone hoornbloem en in nattere delen Pinksterbloem. Opvallend in de zuidelijk gelegen percelen is het nog sporadisch voorkomen (onder de prikkeldraad) van Knolboterbloem, Knolsteenbreek en Pinksterbloem.

Droge hooilanden

Bloemrijk hooiland
Een bloemrijk droog Glanshavergrasland met veel Margriet en Groot streepzaad. Deze natuurpracht is het resultaat van jarenlang maaibeheer.

Enkele percelen op het zandig valleitalud herbergen nog een restvegetatie van een droger hooiland. Margriet, Knoopkruid, Biggenkruid, Wilde bertram, Veldzuring, Veldlathyrus en in één perceel ook Kleine bevernel.

Natte hooilanden

Tegen het valleitalud liggen enkele natte hooilanden. Deze zijn gedeeltelijk door kwel beïnvloed wat te merken valt door de aanwezigheid van Bosbies, Zomprus en Veldrus. Echte koekoeksbloem komt veelvuldig voor. Knolsteenbreek, Engelwortel, Pinksterbloem, Kale jonker, Reukgras, Tweerijige zegge, Kruipend zenegroen, Moerasspirea, Egelboterbloem en Moeraswalstro wijzen op de vochtige relatief schrale toestand van deze graslanden. Tot voor tien jaar kwam hier op enkele plaatsen nog de Breedbladige orchis voor. In en langs de greppels en poelen vallen Watertorkruid, Waterviolier, Gekroesd fonteinkruid en Hoornblad op.

Vochtige ruigten

Vochtige ruigte
In deze ruigte kan je de moerasspirea herkennen aan de lichtgele toefjes. Ook Canadese guldenroede en Kattenstaart zijn opvallend aanwezig.

Een deel van de oorspronkelijk natte weide en of hooilanden zijn momenteel ingeplant met populier. Afhankelijk van de beschaduwing vinden we een matig tot goed ontwikkelde Moerasspirearuigten en Grotezeggenvegetaties. Naast Moerasspirea vinden we ook Leverkruid, Moesdistel, Kattenstaart, Grote wederik, Dotterbloem, Bosbies, Wolfspoot, Engelwortel, Heelblaadjes, Valeriaan, Bereklauw, Kale jonker, in de natste delen een dominantie van Moeraszegge en in de ruigere stukken soms een dominantie van Brandnetel en Akkerdistel.



Valleibossen

In het gebied bevinden zich valleibossen in verschillende mate van ontwikkeling. Vooral aan de westkant, tegen het talud van de Dijle aan vinden we mooi ontwikkelde bossen (Pikkelbos en Rottenbos) met een rijke voorjaarsflora. Bosanemoon, Slanke sleutelbloem, Gevlekte aronskelk, Speenkruid, Dotterbloem, Gulden boterbloem, Bosereprijs, Grote muur en enkele Wilde narcissen komen hier voor. De boomlaag wordt gekenmerkt door Zwarte els, Olm, Es en aangeplante populier. Gelderse roos, Aalbes, Framboos, Rode Kornoelje en wilgen maken de struiklaag uit.

Struwelen

Struweel
Om het te laten verjongen en verbossing tegen te gaan, kan een natuurbeheerder het struweel om de 10 jaar kappen. Dat is ook goed voor de Sleedoornpage, die het liefst zijn eitjes legt op de grens tussen eenjarige en oudere twijgen.

Een deel van de populierenaanplanten zijn geëvolueerd naar jonge bossen met verschillende soorten struiken: Naast Boswilg, Waterwilg, Schietwilg, Grauwe wilg, hebben ook Zomereik, Es, Zwarte en Grauwe els zich hier spontaan gevestigd, waardoor soms een bijna ondoordringbare struikige vegetatie is ontstaan.

Akkers

Een beperkt deel van de vallei is in akkerbeheer. Sporadisch komen hier nog Dauwnetel, Akkermunt en Akkerviooltje voor.

Houtkanten

Een opvallende vaststelling is het gebrek aan onderhoud en bescherming van de nog talrijk aanwezige (restanten) van mooie houtkanten. De sleedoornstruwelen, meidoornhagen, en houtkanten met Olm en Zwarte els blijven zelden bewaard indien deze zich in een groter geworden begrazingsblok bevinden. De sleedoornstruwelen zijn zeer belangrijk voor de relictpopulatie van de Sleedoornpage, die hier nog veelvuldig waargenomen wordt.

Beken en poelen

Één opvallende poel is aanwezig. Hier vinden we Waterzuring, Gele lis, Sterrekroos, Zompvergeet-mij-nietje, Hoornblad, Gekroesd fonteinkruid, Naaldwaterbies, Moeras- en Ruw walstro. De beken kennen een slechte waterkwaliteit, maar herbergen nog een mooie randflora met Grote wederik, Kattestaart, Grote egelskop, Waterweegbree, Watertorkruid, Moerasrolklaver, Blaartrekkende boterbloem, Egelboterbloem en Grote lisdodde. Op gronden aangekocht in 2008 werden


Natuurbeheer

Werknamiddag
Geregeld komen bedrijven meedoen aan het beheer om aan teambuilding te doen.

Het behoud en herstel van het oeverwal-komgrondensysteem, geactiveerd door een vrij meanderende rivier in de alluviale vlakte van de Dijle, staat centraal. Daarnaast wensen we eveneens de drainerende werking van de leigrachten te verminderen. Landschappelijk streeft Natuurpunt in het Wijgmaalbroek naar het behoud en versterking van waardevolle boskernen en naar omvorming van weilanden naar een grootschalig ongeperceleerd halfopen landschap. Via begrazing zal een mozaiëk ontstaan van vochtige en droge graasweiden, natte hooilanden, houtkanten en hagen, (hakhout-)bosjes, grachten en poelen.


Concreet wil dit zeggen dat twee percelen met Canadapopulieren omgevormd worden naar alluviaal bos en hooiland. In het alluviaal bos zijn we aan hakhoutbeheer aan het doen. We voeren een hooilandbeheer (tweemaal per jaar maaien) in de droge en natte graslanden met de meeste potenties voor herstel van soortenrijke resp. glanshaver-, grote vossestaart- of dottergraslanden. Het dottergrasland wordt in fases gemaaid, om zo ruigere plekjes open te houden voor allerlei ongewervelde dieren zoals slakken, vlinders, sprinkhanen, kevers en spinnen.


En de resultaten mogen er zijn. Sinds mei 2005 is de leibeek die langs het centrale fietspad loopt niet langer vervuild met rioolwater. En in maart 2006 werd met een aankoop van 4,5 ha eeuwenoud bos de oppervlakte bijna verdubbeld! Op de beheerde percelen valt in hoofdzaak de uitbreiding van het moeras door het kappen van de populieren te noteren. Op het gekapte deel van het alluviaal bos zien we terug heel wat boomopslag verschijnen (o.a. Zwarte els, Zomereik, Hazelaar, Gelderse roos,...). Tevens is er een merkbare verschraling van het drogere grasland merkbaar. Op dit perceel staat opmerkelijk veel Margriet en Reukgras. Aan de rand van dit grasland begint zich stilaan een struweel te vormen met ondermeer Sleedoorn. Door het beheer van de poel heeft zich een diverse waterplantenvegetatie ontwikkeld.

Recente ontwikkelingen

Rottenbos
Een sfeerbeeld van het erg natte en biodiverse Rottenbos. De naam "Swarte Block" werd teruggevonden op een kadastrale kaart van 1813 van het Département de la Dyle.

Een perceel van de stad Leuven langs de Wittebolstraat, naast het Kerkhof: een stuk van dit perceel is woongebied volgens het gewestplan, een ander deel natuurgebied. De Stad Leuven heeft het perceel in 2 gesplitst, waarbij het woongebied verkocht wordt als bouwgrond en het natuurgebied aan Natuurpunt. Het betreft een akker, die aansluit op een populierenaanplant (Rottenbos) met een zeer waardevolle ondergroei van elzenbroekbossen. De waardevolle boskern wordt door bosuitbreiding (mantel-zoom) gebufferd van de bebouwing. Aan de andere kant van dat bos hebben we voor een luwte gezorgd en hebben we het hakhoutbeheer opgestart.

In het OCMW-bos langs het fietspad zijn we volop bezig deze percelen te beheren met omvormingsbeheer naar hooiland met nabegrazing en inheems loofhout in een parklandschap.