Steenmarter

>> PDF versie

Tot de eerste helft van vorige eeuw werd de steenmarter sterk bejaagd. Ze werden met strikken en klemmen gevangen omwille van hun zachte pels. In de jaren ’70 waren ze zo zeldzaam geworden dat de jacht werd gesloten, tot op de heden. Door een zorgvuldig natuurbeheer werden onze contreien opnieuw gekoloniseerd door steenmarters uit Duitsland, Wallonië en Zuid-Nederland. Nu blijkt dat deze nieuwe dieren zich aangepast hebben en veel dichter bij de mensen wonen, soms met hinder tot gevolg.

De steenmarter (Martes foina) is een 40-50 cm lang marterachtig roofdier met een bruine vacht met een gelige onderwol. Het is omnivoor en een echte opportunist met een voorkeur voor dierlijk voedsel, zeker wanneer er jongen moeten gevoed worden. Steenmarters richten soms slachtingen aan in kippenhokken. Hij is echter schuw en voor mensen ongevaarlijk wanneer hij niet in het nauw wordt gedreven. Doorgaans leeft de steenmarter vooral in loofwouden, maar de laatste jaren passen populaties zich verbazend goed aan aan het leven in de stad. Wanneer hij zijn woonplaats op zolders of in kelders van bewoonde huizen kiest brengt hij helaas soms een aantal ongemakken met zich mee.

Marters zijn zeer territoriale dieren, m.a.w., ze wonen ergens. Dit territorium verdedigen ze met grote ijver: geen enkele soortgenoot komt erin, zelfs hun eigen jongen worden meedogenloos verjaagd eens ze de volwassen leeftijd bereiken. Zoiets als een marterplaag bestaat dus niet, en wanneer een marter wordt weggevangen of gedood komt het territorium vrij en binnen de kortste keren wordt het ingenomen door een andere marter. Jonge dieren hebben vaak een kleiner territorium dan volwassen exemplaren, waardoor het in extremis kan dat het wegvangen van een dominante adulte marter er twee jongere dieren in de plaats komen, en de schade toeneemt in plaats van te verminderen. Het is dus het beste om indien mogelijk het dier te tolereren als het niet teveel schade veroorzaakt. Bovendien is de marter een zeer goede verdelger van ratten en muizen.

Het is verboden en overigens compleet zinloos om marters te doden of op enige andere manier uit hun territorium te verwijderen. De enige echte remedie is woningen, garages, stallen, schuren, kippenhokken e.d. zodanig af te sluiten dat marters er niet in kunnen.

Bescherming

De steenmarter wordt in Vlaanderen volgens art. 3 van het jachtdecreet ingedeeld bij het wild (overig wild). Dit komt neer op een totale bescherming, aangezien de steenmarter al decennia niet meer mag worden bejaagd. Het vangen of doden van deze dieren is dan ook zonder uitzondering verboden.

Hinder

Marterachtigen hebben de neiging om latrines ofwel “martertoiletten” aan te leggen: ze verzamelen hun mest op één plaats, vaak niet eens zo ver van hun verblijfplaats. Daarnaast zorgen de resten van hun prooien vaak ook voor geuroverlast De indringende geuren van mest en rottende vleesresten zijn niet de enige bezwaren tegen de marter, ook lawaaihinder
is een vaak gehoorde klacht wanneer marters zich in bewoonde woningen vestigen. Verder knagen ze veel bij de inrichting van hun biotoop: elektrische bekabeling, remkabels van voertuigen, isolatiemateriaal,…: wat hen in de weg zit ruimen ze vakkundig op. Zelfs al is de marter beschermd, voor deze hinder moeten zeker oplossingen gezocht worden.

Oplossingen

Waar ze kunnen worden getolereerd is het best om ze gewoon met rust te laten: kippenhokken kunnen perfect marterdicht worden gemaakt. Over het vos- en martervrij maken van kippenhokken is een interessant artikel beschikbaar op http://www.vogelbescherming.be.

Problemen rijzen pas op wanneer de marters huizen binnendringen. Wanneer een marter huist in een woning (vaak op zolder, in de kelder, tussen de isolatielaag onder het dak of de spouwmuur,…) en men hier schade van ondervindt is het perfect mogelijk het dier te verjagen. Dit gaat meestal gemakkelijk, zelfs wanneer ze jongen hebben: als ze worden verjaagd nemen ze hun jongen gewoon mee naar een eerder aangelegd noodnest. Dit gebeurt best door lawaai te maken (eventueel d.m.v. een radio met tijdsklok) en/of door licht te maken. Het beste tijdstip hiervoor is de late namiddag en valavond. Dan worden de dieren immers actief en kunnen ze gemakkelijk bij het vallen van de avond vluchten. Ook zijn in de handel ultrasone toestellen te verkrijgen, maar deze geven wisselende resultaten. Eens de marter is verjaagd is het wel absoluut noodzakelijk de kieren en andere toegangen waarlangs hij naar binnen kwam af te sluiten. Anders komt er snel een volgende!

In de handel is marterspray verkrijgbaar, voornamelijk bedoeld voor het gebruik in wagens. Dit is een geurstof die marters afschrikt. Deze is gemakkelijk in gebruik, maar men moet voor een optimaal resultaat wel de geur van de reeds aanwezige marter vooraf verwijderen. Dit kan door het motorblok van de wagen met een hogedrukreiniger af te spuiten, of andere locaties grondig te reinigen met water met een scheutje allesreiniger. Daarna kan men de spray aanbrengen, eventueel op watjes die men her en der vastklemt. Deze procedure dient men, afhankelijk van de leverancier te herhalen om de 5-6 weken tot 2 maanden. De spray zelf heeft weinig of geen geur, maar het is toch beter om hem niet te gebruiken in woonvertrekken, of in de buurt van de ventilatieopening van de wagen. In België wordt de steenmarter volgens art. 3 van het jachtdecreet geclassificeerd als wildsoort (“overig wild”). Art. 25 van datzelfde decreet bepaalt dat wie schade ondervindt veroorzaakt door wildsoorten waarop de jacht sinds 5 jaar niet meer is geopend schadevergoe-
ding kan vragen uit het MINA-fonds. De procedure hiertoe is vrij complex, en loont dus enkel de moeite wanneer het gaat over belangrijke schade. Daarbij is het belangrijk om:
Wie denkt in aanmerking te komen voor deze schadevergoeding kan contact opnemen met het ANB, Waaistraat 1, 3000 Leuven 016 21 12 18 of via mail: vbr.anb@vlaanderen.be

Meer weten?

Meer informatie is te verkrijgen bij de milieudienst: 016/211.813, kim.peeters@leuven.be

>> Activiteitenkalender
>> Natuurgebieden
>> Natuur in de Stad
>> Wandelen
>> Dijleproject

Natuurpunt Leuven