In het Groot Begijnhof splitst de Dijle zich voor de eerste maal. De linker –en rechterarm van de Dijle banen zich een weg tussen de historische, loodrechte muren. Er ontstaat een soort canyon-effect.
De oude muren, die rijk zijn aan kalk, vormen een ideale vestigingsplaats voor prachtige muurplanten: muurleeuwebek, gele helmbloem, muurpeper, talrijke mossen- en varensoorten. Deze planten trekken op hun beurt insecten aan. Vanuit de aangrenzende tuintjes hangen bomen en planten zoals treurwilg en klimop over de muren.
Dit alles vormt een bijzonder sfeervolle Dijle, waar men dankzij de talrijke bruggetjes en doorkijken volop van kan genieten.
De grootste bedreiging voor de muurplanten vormt het verdwijnen of restaureren van oude muren. Om de vegetatie te behouden is het noodzakelijk dat de muren gerestaureerd worden met kalkmortel en de voegen niet geheel opgevuld worden.