Milieujaarprogramma 2007
Voorstel Natuurpunt
Leuven voor het
Advies (MAR-Leuven) voor het Milieujaarprogramma van de stad
Leuven.
1.3.1 Organiseren van de gemeentelijke diensten.
Naar analogie met het vorige mjp is het hier wenselijk een overzicht te
geven van de personeelsleden van de milieudienst en andere diensten met
impact op milieu, met vermelding van hun functies/taken.
1.3.4 Oprichten van een ambtelijk overlegorgaan.
Rapportering – Planning:
“In vorige jaarprogramma’s werd uitgebreid de
samenstelling, de inhoudelijke werking en de manier van werken van
verschillende overlegorganen toegelicht. Deze overlegorganen zijn
blijven functioneren en kwamen verschillende malen bij
elkaar.”
Deze tekst – waarin verwezen wordt naar “vorige
jaarprogramma’s” – staat ook letterlijk
in de vorige 3 milieujaarprogramma’s. Het lijkt dan ook
raadzaam dat in huidig – of ten laatste volgend –
milieujaarprogramma nog eens een concreet overzicht, rapportering en
planning van deze ambtelijke overlegorganen gegeven wordt.
2.1.2 Verminderen gebruik herbiciden, gebruik alternatieven.
voorstel tot herhaling advies op vorig mjp:
We beschouwen een snelle reductie (tot nul) van het herbicidengebruik
door de stadsdiensten van groot belang. We willen er dan ook voor
pleiten dat hiervoor de nodige middelen (zowel qua personeel,
investeringen, begeleiding en opleiding) voorzien worden.
2.3.2 Sensibilisatie personeelsleden inzake afvalvoorkoming,
uitbouw van de voorbeeldfunctie.
Rapportering:
“De analyse van het restafval van de stadsdiensten werd niet
herhaald in 2006. Na de genomen maatregelen werden geen problemen meer
gemeld.”
In de milieujaarprogramma’s van 2004 en 2005 werd telkens
gerapporteerd dat deze analyse een jaar uitgesteld werd. In de planning
van het mjp 2006 stond dat deze analyse vermoedelijk zou herhaald
worden in 2006 om te zien of de genomen maatregelen voldoende zijn.
Waarom blijkt deze analyse nu niet meer nodig? Is er dan op een andere
manier nagegaan of de maatregelen voldoende zijn – behalve
dat er geen problemen gemeld werden?
2.4.5 Verderzetting van de overeenkomst met het SPIT.
voorstel tot herhaling advies op vorig mjp:
Als men ziet hoeveel herbruikbare goederen in goede staat nog buiten
gezet worden voor het groot huisvuil, dan dient nagegaan te worden of
de omhaling door en/of bekendmaking van het kringloopcentrum niet nog
verbeterd kan worden.
- Kortere wachttijden om goederen thuis te laten ophalen door
het kringloopcentrum
- Op de dag van het groot huisvuil een
‘voorronde’ organiseren door het kringloopcentrum
om herbruikbare goederen mee te nemen. Dit zou kunnen gestart worden
als een proefproject in een stadsdeel/wijk, en bij succes uitgebreid
worden.
- Ophaling per wijk organiseren op zo de efficiëntie
te verhogen.
2.5.6 Reglement voor afvalarme evenementen.
voorstel tot herhaling advies op vorig mjp:
We zijn van mening dat Leuven inderdaad ook bij de talrijke evenementen
de afvalberg moet pogen te verminderen. Dit heeft zowel een belangrijke
rol in afvalreductie, als in sensibilisatie van de bevolking. Festivals
zoals Dranouter en Peer bewijzen dat herbruikbare bekers wel degelijk
haalbaar zijn op grote evenementen. Men mag er daarom a priori niet van
uitgaan dat bepaalde evenementen (zoals Marktrock, Hapje Tapje,
Beleuvenissen,…) hiervoor niet in aanmerking zouden komen.
4. Cluster Natuurlijke Entiteiten.
Bescherming biodiversiteit
O.a. dankzij grondige studies van gerenommeerde botanici aan de
K.U.Leuven gedurende vele eeuwen, hebben we een goed zicht op de
evolutie van de flora in Oost-Brabant. Daaruit blijkt o.a. dat van de
993 oorspronkelijk in Oost-Brabant voorkomende plantensoorten meer dan
18% verdwenenis 186 soorten of bijna 21% dreigt op zeer korte termijn
te volgen, & 73 soorten komen nu al enkel nog voor in
natuurreservaten. Het tempo waaraan soorten verdwijnen in Oost-Brabant
is de afgelopen 30 jaar zelfs versneld tot meer dan 2 soorten per jaar
terwijl dit tussen 1900 en 1950 ‘slechts’ 1 soort
per jaar bedroeg.
Zonder het reservatenbeleid en ten dele ook het bermbeheer, tenminste
op die plaatsen waar het wordt toegepast, zou het uitsterven van
plantensoorten nog veel zwaarder zijn uitgevallen. Momenteel behoedt
het reservatenbeleid de wilde flora zelfs voor een vrije val. Door
herstel van habitats en effectief beheer keerden tijdens de afgelopen
jaren zelfs een aantal verdwenen soorten terug in de reservaten (bijv.
Zandblauwtje
en Echt duizendguldenkruid op de Koeheide).
In het licht van countdown 2010 zou de stad een concreet plan
kunnen maken hoe de biodiversiteit in en rond de stad versterkt kan
worden en hoe er kansen gecreerd kunnen worden voor aanwezige en nieuwe
soorten, zoals dat in de afgelopen periode al gedaan is voor bv. de
Gierzwaluw,
huiszwaluw en Slechtvalk.
Concreet zou dat kunnen betekenen voor de gebieden
waar natuur op dit ogenblik een belangrijke rol speelt:
Kesselberg
Dit is een recent leefgebied voor de Spaanse vlag (zeldzame
vlindersoort). Dit vraagt een aangepast
beheer van de ijzerzandsteen groeve met oa beheer en uitbreidings zones
voorzien voor de waardplant Koninginnekruid.
Abdij van Park
De vijvers van deze abdij herbergen momenteel reeds 22 van de 25
soorten libellen en waterjuffers die voorkomen in de Dijlevallei. Een
gepast beheer zou bv de in Vlaanderen sterk achtuitgaande Kleine
roodoogjuffer meer kansen kunnen geven. Kleine ingrepen op de Molenbeek
zouden voor Viervlek en IJsvogel belangrijk kunnen zijn. Ook de
jaarlijkse aanwezigheid van Wouwaapjes maakt de plek bijzonder.
Tussen de Abdij en Philipssite heeft er
zich reeds verschillende jaren een populatie
Muurhagedis gehandhaafd. Bij de aanleg of restauratie van bijv.
muurtjes kan hiermee rekening gehouden worden.
Heiberg
Na de spectaculaire vondsten van zeldzame wasplaten (de
‘orchideeën’ onder de
graslandpaddestoelen) op de Koeheide, zijn recent ook mooie vondsten
van heischrale graslanden met deze paddestoelen gedaan op de Heiberg.
Het is dan ook wenselijk om na te gaan of op bepaalde stukken van de
Heiberg een aangepast maaibeheer kan gevoerd worden om de ontwikkeling
van deze heischrale graslanden verder te bevorderen.
Keizersberg
Dit gebied vormt de meest waardevolle natuurkern binnen de stad Leuven
met een grote populatie Hazelworm, bossen met rijke voorjaarsflora en
soortenrijke graslanden met massaal aspect van Margriet en andere
kruiden. Deze locatie verdient hoogste prioriteit voor het uitvoeren
van acties in kader van het GNOP omwille van de hoge natuurwaarden. Het
RUP voor de Vaartzone dient rekening te houden met de grote
landschappelijke waarde en ecologische waarde: ondoordachte hoogbouw
kan hier zorgen voor het vernietigen van het actueel zeer mooie zicht
van de benedenstad rond Mechelsestraat- Penitentienenstraat-Vaartstraat
naar deze berg en voor beschaduwing met negatieve effecten voor
hazelworm en voorjaarsbloeiers .
Molenbeekvallei & Vlierbeek
Dit gebied heeft nog zeer veel natuurwaarde en is landschappelijk zeer
mooi en waardevol.. Tot voor kort waren er nog regelmatig
orchideeën te zien in de weiden langs de oever. Bosanemonen
zijn nog aanwezig. Hier is nog een mogelijkheid om een echt
natuurgebied te ontwikkelen.
Koeheide / Zwanenberg
Het aanleggen en versterken van kleine landschapselementen op
de Zwanenberg zou zeer goed zijn voor sleedoornpage
(uitbreiding
sleedoornbestanden) maar ook voor levendbarende
hagedis, Geelgors, Wilde Hamster
en Hazelmuis.
Koeheide en omliggend gebied krijgt veel recreatief gemotoriseerd
verkeer te verwerken: aangepaste toegangsbeperkingen zouden
veel rust, veiligheid in het gebied brengen en veel
ecologische en landbouwschade voorkomen.
Ecologisch bermbeheer - maaibeheer
Naast ecologisch bermbeheer, willen we ook pleiten voor een ecologisch
beheer van de Leuvense vesten en langs belangrijke waterlopen of beken.
Het is lovenswaardig dat in het voorjaar bepaalde stukken al niet
gemaaid worden om de aangeplante voorjaarsbloeiers tot bloei te laten
komen. De rest van het jaar wordt er echter nog een gazonbeheer
gevoerd, wat zowel extra werklast betekent voor de groendienst als een
minderwaarde voor flora en fauna.
Wij willen dan ook pleiten voor een aangepast maaibeheer van minstens
een gedeelte van de vesten gedurende de rest van het jaar.
Bepaalde stukken van de vesten zijn nu nog ecologisch heel waardevol,
zoals de vesten tussen de Keizersberg en de Tervuursteenweg waar nog
enkele relicten staan van kalkflora (o.a. Ruige Weegbree en
Vingerhelmbloem). Met het huidige gazonbeheer kan die echter niet meer
tot bloei komen, waardoor ze op termijn dreigt te verdwijnen indien
geen aangepast beheer wordt gevoerd.
Op andere stukken – waar nu bijvoorbeeld al de
voorjaarsbloeiers staan - kan ook ecologisch bermbeheer toegepast
worden. Dit kan heel wat vlinders en andere insecten aantrekken, en kan
de vesten ook visueel aantrekkelijk maken waardoor eventueel ongenoegen
van sommigen kan tegengegaan worden. Dergelijke beheer is ook mogelijk
op andere stukken die nu nog volledig als gazon beheerd worden
(bijvoorbeeld langs de Dijle tegenover het Conservatorium).
6. Cluster mobiliteit.
voorstel tot herhaling advies op vorig mjp:
Een leefbare stad betekent ook een stad waar koning auto niet langer
zegeviert, maar waar de zachte weggebruikers voorrang krijgen. Leuven
heeft hier reeds lovenswaardige stappen gezet, zoals het uitbreiden van
het voetgangersgedeelte van winkelstraten.
Om het gebruik van de fiets naar en in de stad aan te moedigen zijn
echter nog heel wat inspanningen nodig, zoals de aanleg van extra
fietsstelplaatsen. De nood aan dergelijke fietsparkings blijkt o.a. uit
de overvolle bestaande fietsparkings en de vele
‘wildparkeerders’. Vooral in en nabij de drukke
winkelstraten (Bondgenotenlaan, Diestsestraat, Brusselsestraat) blijft
de fietser in de kou staan.
De heraanleg van de Bondgenotenlaan is een duidelijk voorbeeld van een
gemiste kans. De brede stoepen bieden echter de mogelijkheid om alsnog
tussen de boompjes fietsstelplaatsen te voorzien.
We pleiten er ook voor de fietsparkeergelegenheden niet louter te
concentreren op enkele centrale fietsparkings (zoals de geplande onder
het busstation op het Fochplein), maar ook voldoende gedecentraliseerde
stalplaatsen te voorzien dichtbij winkels en horeca. Een van de
voordelen van het winkelen met de fiets bestaat immers uit de
mogelijkheid om tot dicht bij zijn/haar bestemming te fietsen en daar
de fiets even te parkeren voor een boodschap.
Actie 8.1 Milieuproject Centrale Werkplaatsen.
Wij juichen toe dat in dit project grote aandacht besteed wordt aan
duurzame ontwikkeling.
We stellen ons echter ook de vraag in welke mate de resultaten zullen
overeenkomen met de plannen, en op het terrein niet zullen afgezwakt of
slecht uitgevoerd worden.
We houden hierbij in ons achterhoofd de inrichting van de Philipssite,
waar een park gepland werd met principes van harmonisch parkbeheer.
Deze plannen waren tot stand gekomen na meerdere vergaderingen met
buurtbewoners, vrijwilligers uit natuurverenigingen etc.
Het uiteindelijke resultaat komt echter totaal niet overeen met deze
plannen, en is uiteindelijk een strak gazon vol paden geworden met
enkele bomen erin. Van harmonisch parkbeheer is hier helemaal geen
sprake.
Dit heeft ook geleid tot grote teleurstelling bij de buurtbewoners en
anderen die op de voorbereidende vergadering een grote inbreng gedaan
hebben, en daar uiteindelijk in de praktijk niets van terugvinden.
Achteraf wordt dan beweerd dat de projectontwikkelaars uiteindelijk hun
eigen gang gegaan zijn en de plannen niet gevolgd hebben.
We hopen dan ook dat het project Centrale Werkplaatsen niet hetzelfde
lot tegemoet gaat, en er voldoende garanties zijn dat het resultaat
even duurzaam en ecologisch zal zijn als de plannen.