Vlinders in de stad

Dagvlinders behoren tot één van de boeiendste en tegelijk meest kwetsbare groep insekten. Uit recente studies blijkt dat zowel het aantal soorten dagvlinders als het aantal individuen in Vlaanderen zeer sterk achteruit gaan. Nochtans kan de mens helpen door zowel voor waardplanten (de planten waarvan de rupsen zich voeden) als nektarplanten (de planten waar vlinders hun nektar gaan halen) te zorgen.

De Dagpauwoog met zijn grote "ogen" op de vleugels gebruikt afschrikking als verdediging. Gehakkelde aurelia lust graag rottend fruit. De Kleine vos was vroeger een courante verschijning, maar wordt nu steeds zeldzamer. Van het Landkaartje bestaan twee verschijningsvormen: de oranjebruine voorjaarsvorm en de blauwgroene zomervorm. Van deze vier soorten, leeft de rups op Grote brandnetel.

Het Bont zandoogje zoekt graag beschutte en halfbeschaduwde plaatsen op, waarbij hij kleine zonnige plekjes opzoekt. Een opvallende verschijning is de Koninginnepage, die Wilde peen als waardplant heeft. Dan zijn er de blauwtjes, zoals het Boomblauwtje en het Icarusblauwtje, en de witjes zoals het Klein koolwitje, het Groot koolwitje en het Klein geaderd witje. Een ander witje dat zich af en toe in de stad waagt, is het Oranjetipje, waarvan de rups op Pinksterbloem en Look-Zonder-Look leeft. Soms treft men ook zwervende exemplaren van de Citroenvlinder aan. De rupsen van deze soort leeft op Sporkehout of Wegedoorn in structuurrijke bosranden.

Tot slot kunnen we een aantal trekvlinders in de stad aantreffen, zoals de Atalanta, de Distelvlinder en de Oranje luzernevlinder.

<< Natuur in de Stad

>> Natuurgebieden
>> Activiteitenkalender
>> Wandelen
Natuurpunt Leuven